April 2012
3 posts
In mijn pauzes zat ik mijn krankzinnigheid uit in het magazijn. Het geluid van de stampende kartonpers was het enige geluid dat het piepen in mijn oren overstemmen kon. Ik was het meisje achter de kassa dat vergat hoe de wereld werkte. Buiten was alles supermarkt. Zoals komkommers achtentwintig en bananen twaalf waren, gaf ik mensen codes. Ik was vierendertig en ik was alleen. De stad ruiste door...
Als flessenpost aan een drenkeling
Verstopt in fotohokjes om klokslag twaalf bleef ons gezicht voor altijd staan. Tijd hapt onze hielen na.